Van bekkenbodemkinesitherapie tot een operatie: welke behandelingen bestaan er voor urineverlies en wat mag u er realistisch van verwachten?
Urineverlies (incontinentie) treft naar schatting een op de drie vrouwen ooit in haar leven, maar te weinig vrouwen zoeken er hulp voor. Nochtans bestaat er voor elke vorm een behandeling. De gynaecoloog maakt eerst een onderscheid tussen stressincontinentie (verlies bij hoesten, niezen, lachen of sporten, door een verzwakte bekkenbodem of sluitspier), aandrangincontinentie (plotse, niet te onderdrukken aandrang waarbij u het toilet niet haalt, door een overactieve blaas) en een gemengde vorm. De juiste diagnose bepaalt de behandeling; over de oorzaken leest u meer op de pagina over urineverlies.
Bij vrijwel elke vorm van urineverlies is bekkenbodemkinesitherapie de eerste keuze. Een gespecialiseerde kinesitherapeut leert u de bekkenbodemspieren correct aanspannen en trainen, vaak ondersteund door biofeedback of elektrostimulatie. Met een voorschrift van uw arts betaalt het RIZIV een reeks beurten grotendeels terug; voor bekkenbodemreëducatie na een bevalling of bij incontinentie bestaat een specifieke regeling, u betaalt per beurt enkel remgeld. Reken op enkele maanden consequent oefenen voor een duidelijk resultaat: bij stressincontinentie verbetert de helft tot twee derde van de vrouwen merkbaar, en een deel geneest volledig. De oefeningen blijven nadien onderhoudswerk, zoals elke spiertraining.
Levensstijlmaatregelen ondersteunen elke behandeling. Vermageren bij overgewicht vermindert de druk op de blaas aantoonbaar. Beperk blaasprikkelende dranken zoals koffie, thee, cola en alcohol, maar blijf wel voldoende water drinken, want geconcentreerde urine prikkelt de blaas net meer. Pak chronische verstopping en langdurig hoesten (rookstop!) aan, want persen en hoesten belasten de bekkenbodem. Bij aandrangklachten helpt blaastraining: de plasjes bewust en geleidelijk uitstellen om de blaas opnieuw grotere volumes te leren verdragen.
Een pessarium is een flexibel ringetje of schaaltje van siliconen dat in de vagina wordt geplaatst en de blaashals of een verzakking ondersteunt. Het kan een goede oplossing zijn voor vrouwen die (nog) geen operatie willen, bij urineverlies dat vooral tijdens het sporten optreedt, of in afwachting van een ingreep. De gynaecoloog meet de juiste maat aan; nadien volstaat een periodieke controle. Een pessarium geneest het probleem niet, maar houdt het verlies bij veel vrouwen goed onder controle.
Voor een overactieve blaas bestaan geneesmiddelen (anticholinergica en mirabegron) die de blaasspier tot rust brengen. Ze verminderen de aandrang en het aantal plasbeurten, al zijn droge mond en verstopping mogelijke bijwerkingen van de oudere middelen. Bij vrouwen na de menopauze kan ook lokale oestrogeentherapie (crème of ovules) de blaas- en vaginaklachten verbeteren. Helpt medicatie onvoldoende, dan bestaan er in gespecialiseerde centra nog opties zoals botox-injecties in de blaasspier of zenuwstimulatie. Voor stressincontinentie bestaat er in België geen doeltreffende medicatie; daar zijn kine en chirurgie de pijlers.
Volstaat kinesitherapie niet bij stressincontinentie, dan is de meest uitgevoerde ingreep het plaatsen van een kunststof bandje onder de plasbuis (TVT of TOT, ook wel suburethrale sling). Het is een korte ingreep, vaak in het dagziekenhuis, waarbij het bandje de plasbuis ondersteunt op momenten van druk. De resultaten zijn goed: ongeveer 80 tot 90 procent van de vrouwen is nadien droog of sterk verbeterd, al kan het effect met de jaren wat afnemen en bestaat er zoals bij elke ingreep een kans op complicaties, zoals moeilijker plassen of nieuwe aandrangklachten. De ingreep wordt grotendeels terugbetaald via het ziekenfonds; een hospitalisatieverzekering dekt eventuele supplementen. Uw gynaecoloog bespreekt vooraf eerlijk wat u in uw situatie mag verwachten.
Volledig en blijvend droog worden lukt niet bij iedereen, maar vrijwel elke vrouw kan een flinke verbetering bereiken: minder verlies, minder inlegkruisjes en vooral meer vrijheid om te sporten, te reizen en te lachen zonder zorgen. Start met de eenvoudigste stap, geef elke behandeling voldoende tijd en durf terug te gaan wanneer het resultaat tegenvalt, want er is bijna altijd een volgende optie.
Deze informatie is algemeen en vervangt geen persoonlijk advies. Raadpleeg altijd uw gynaecoloog of huisarts voor een diagnose en behandeling op maat.
Hebt u last van urineverlies en wilt u de behandelopties bespreken? Vind een gynaecoloog bij u in de buurt →