De behandeling zit erop, maar de zorg stopt niet. Zo ziet het traject na baarmoederhals-, baarmoeder- of eierstokkanker eruit.
Na de behandeling van een gynaecologische kanker start een opvolgtraject bij uw gynaecoloog-oncoloog, vaak in samenwerking met de radiotherapeut en uw huisarts. Het doel is dubbel: een eventueel herval vroeg opsporen en de gevolgen van de behandeling opvangen. Het ritme verschilt per kankertype en per ziekenhuis, maar in grote lijnen komt u de eerste twee tot drie jaar om de drie tot vier maanden op controle, daarna om de zes maanden, en na vijf jaar meestal jaarlijks. Een controle bestaat vooral uit een gesprek en een klinisch onderzoek; scans en bloedafnames gebeuren enkel op indicatie. Meld nieuwe klachten, zoals bloedverlies, aanhoudende pijn of een opgezette buik, altijd tussentijds en wacht daarvoor niet op de volgende afspraak.
Wanneer de eierstokken werden weggenomen of bestraald, of stilvallen door chemotherapie, komt u vaak plots in de menopauze terecht, soms tientallen jaren vroeger dan normaal. De klachten (vapeurs, slaapproblemen, stemmingswisselingen, vaginale droogte) zijn dan dikwijls heviger dan bij een natuurlijke overgang. Bespreek dit met uw gynaecoloog: afhankelijk van het kankertype is hormonale ondersteuning soms wel en soms niet mogelijk, en ook zonder hormonen bestaan er behandelingen die de klachten verlichten. Bij een vroege menopauze verdienen ook uw botten en hart extra aandacht. Meer uitleg vindt u op de pagina's over menopauzeklachten en hormoontherapie in de menopauze.
Een operatie, bestraling of chemotherapie kan sporen nalaten: vaginale droogte, een kortere of nauwere vagina, pijn bij het vrijen, minder zin of een veranderd lichaamsbeeld. Daar rust nog te vaak een taboe op, terwijl er echt hulp bestaat: glijmiddelen en vaginale bevochtigers, soms lokale oestrogenen, pelotes (dilatators) na bestraling, bekkenbodemkinesitherapie en begeleiding door een seksuoloog. Veel oncologische centra hebben een seksuoloog in het team; vraag er gerust naar. Neem uw partner waar mogelijk mee in het gesprek, want intimiteit herstelt zelden vanzelf maar wel samen.
Werden lymfeklieren in de lies of het bekken weggenomen of bestraald, dan kan lymfevocht zich ophopen in de benen of de schaamstreek: lymfoedeem. Typisch zijn een zwaar, gespannen gevoel en een been dat dikker wordt in de loop van de dag. Vroeg ingrijpen loont: manuele lymfedrainage en compressietherapie bij een gespecialiseerde kinesitherapeut worden gedeeltelijk terugbetaald door het RIZIV en houden het oedeem onder controle. Ook vermoeidheid is een vaak onderschat gevolg dat maanden kan aanslepen; aangepaste beweging, zoals oncorevalidatie in het ziekenhuis, helpt daar aantoonbaar tegen.
Angst voor herval, piekeren voor elke controle, rouwen om een verloren kinderwens: het hoort er allemaal bij en u hoeft het niet alleen te dragen. In elk oncologisch centrum kunt u terecht bij een onco-psycholoog en een sociaal werker, ook maanden na de behandeling. Kom op tegen Kanker biedt gratis ondersteuning: de Kankerlijn (0800 35 445), lotgenotengroepen, en informatie over uw rechten bij werkhervatting en verzekeringen. Ook uw ziekenfonds heeft een sociale dienst die helpt met praktische en financiële vragen, zoals het statuut chronische aandoening of tussenkomsten voor pruiken en verplaatsingen.
Na verloop van tijd neemt de gewone preventieve zorg het over van de intensieve opvolging. Afhankelijk van het type kanker en de behandeling bepaalt uw gynaecoloog of u opnieuw instapt in het bevolkingsonderzoek baarmoederhalskanker of een aangepast schema volgt; na een baarmoederverwijdering is een uitstrijkje bijvoorbeeld niet altijd meer nodig. De screeningsmammografie en andere preventieve onderzoeken blijven gewoon doorlopen. Uw huisarts bewaakt mee het overzicht, zodat niets tussen de mazen van het net valt.
Deze informatie is algemeen en vervangt geen persoonlijk advies. Raadpleeg altijd uw gynaecoloog of huisarts voor advies op maat.
Op zoek naar een gynaecoloog voor uw opvolging dicht bij huis? Vind een gynaecoloog bij u in de buurt →